Werkwijze bij de opvang van het (vitaal bedreigde) kind

1. Briefing

  • Informeer team en pas CRM-principes toe
    • Maak taakverdeling (Wie? Wat? Hoe? Wanneer?)
    • Check materialen en hulpmiddelen (zie ook PRIL of digitale resuscitatielijst)

2. Risk Inventory

  • Bespreek op basis van de voorinformatie te verwachten actuele en potentiele problemen.
  • Wees proactief en tref voorbereidingen voor de opvang van het kind:
    • Bereken hoeveelheden en doseringen van resp. infusie en medicatie op basis van verkregen voorinformatie (leeftijd of gewicht).
    • Bereken/stel vast de gemiddelde waarden van vitale parameters.

3. Work Output

  • Pediatric Assessment Triangle (P.A.T.) *

    *Snelle eerste observatie van het kind.
    Observeer in enkele seconden:
    • Alertheid (reageert alert/op aanspreken/op pijn/niet -> A.V.P.U.)
    • Ademarbeid (AH-frequentie traag/normaal/snel; gebruik van hulpademhalingsspieren)
    • Kleur (bleek/roze/rood)

Bepaal het urgentieniveau (acuut/semi-acuut/niet-acuut) en alarmeer zonodig (kinder)arts, reanimatieteam of Spoed Interventie Team.

  • Start Primary & Secondary Assessment
    • ABCDE/Re-assessment/FGHI
    • Overdracht (SBAR) en/of Overplaatsing

4. Debriefing

Bespreek met elkaar de inhoudelijke zaken met betrekking tot de casus. Wat zijn we tegengekomen? Hoe heeft de casus zich ontwikkeld op basis van onze acties en interventies?

5. Evaluation

Bespreek met elkaar de algehele situatie met betrekking tot CRM. Wat hebben we geleerd van deze casus?

1. Briefing

Context: voorafgaand aan acute opvang of handeling.

SEH – Voorbeeld:
Een 2-jarig jongetje met verdenking op meningokokkensepsis is onderweg met de ambulance. De SEH-arts doet een korte briefing:
“Kind 2 jaar, koorts, petechiën, mogelijk shock. Ik neem de leiding. Jij start vitale monitoring, jij maakt infuus klaar, jij alarmeert kinderarts en bereidt antibiotica voor. Controleer adrenaline en intubatiemateriaal.”

2. Risk Inventory

Context: op basis van beschikbare informatie inschatten wat je te wachten staat, en voorbereiden.

Kinderafdeling – Voorbeeld:
Een 9-jarig meisje met ernstige dehydratie door gastro-enteritis wordt ingestuurd. Vooraf bespreekt het team mogelijke risico’s:

Actueel: hypovolemie → shock, convulsies door elektrolytenstoornissen.

Potentieel: noodzaak tot snelle vochtresuscitatie, risico op hypoglykemie.
De kinderarts vraagt om alvast gewicht te schatten, infusievloeistof en reanimatiewagen paraat te hebben. Vitale parameters worden leeftijdsspecifiek klaargezet op de monitor.

3. Work Output

Context: de feitelijke observatie en eerste handelingen.

IC – Voorbeeld:
Een 4-jarig kind ligt op de IC met sepsis, in afwachting van PICU-transport. Bij binnenkomst van het transportteam geeft de IC-verpleegkundige de snelle observatie (P.A.T.):

  • Alertheid: reageert alleen op pijn (P).
  • Ademarbeid: tachypnoe, gebruik hulpademhalingsspieren.
  • Kleur: bleek, gemarmerd.

Urgentieniveau = acuut.

Daarna volgt gestructureerd ABCDE met updates in SBAR-vorm naar het transportteam.

4. Debriefing

Context: kort nagesprek na stabilisatie of interventie.

Recovery – Voorbeeld:
Na een spoedoperatie (appendicitis perforata) wordt een 6-jarig kind wakker op de recovery. Het kind was onrustig, moeilijk wakker te krijgen en trok aan lijnen. Na stabilisatie bespreekt het team:
“We zagen dat de ouders later gehaald werden, waardoor de onrust opliep. Het inroepen van de ouders eerder in het proces had waarschijnlijk stress bij het kind kunnen verminderen.”

5. Evaluation

Context: reflectie op CRM en samenwerking, breder dan de casusinhoud.

SEH/Kinderafdeling/IC/Recovery (gezamenlijk toepasbaar):
Het team bespreekt in evaluatie:

  • Wat ging goed? (duidelijke briefing, snelle toediening medicatie, goede communicatie met ouders)
  • Wat kan beter? (checklist eerder gebruiken, elkaar sneller aanspreken bij verwarring)
  • Wat nemen we mee? (meer aandacht voor ouderbetrokkenheid, vaker kort herbriefen bij verandering van situatie).

De volgorde van werken bestaat in de regel uit de volgende 5 stappen:

  1. Briefing van het team
  2. Risico’s inventariseren op basis van vooraf verkregen informatie over het kind
  3. Opvang van het kind volgens de ABCDE-methode
  4. Debriefing van het team
  5. Evaluatie van de situatie met betrekking tot de algehele samenwerking en logistiek