Crew Resource Management

Crew Resource Management (CRM)

In CRM staan de niet-technische vaardigheden (non-technical skills) zoals communicatie, besluitvorming en leidinggeven centraal. Deze vaardigheden zijn (alleen of in combinatie) in ongeveer zeventig procent van de situaties beslissend voor de uitkomst.

Doel van een CRM-training is: het optimaliseren van de multidisciplinaire samenwerking in teamverband door het toepassen van Crew Resource Management technieken met de volgende kernelementen:

ElementWerkwijze
Bewustzijn van teamsituatie: wat hindert en bevordert het functioneren van het team?Briefing vooraf: wat kunnen we verwachten? Wie doet wat? Checklists.
Non-technical skills: elkaar kunnen en durven aanspreken.Teamleider aanwijzen die overzicht houdt; duidelijke procedureafspraken (ook over elkaar aanspreken); oefenen in skills lab.
Blame-free omgeving.  Debriefing: wat ging goed? Wat kan beter?

Teamwork is essentieel om een succesvolle behandeling te kunnen starten. Een goed functionerend team is een team waarin elk afzonderlijk teamlid zijn rol en taken kent, weet wat de taken en competenties van de overige teamleden zijn en bereid is optimaal samen te werken om zodoende een gezamenlijk doel te bereiken.

1. SEH – Acute opvang na trauma

Situatie: Een 3-jarig jongetje komt binnen op de SEH na een val van hoogte, met verminderd bewustzijn en onregelmatige ademhaling.

CRM in de praktijk:

Briefing: De SEH-arts start met een korte time-out: “We hebben een 3-jarig jongetje, mogelijk schedelletsel, luchtweg bedreigd. Ik neem de leiding. Jij (SEH-verpleegkundige) bereidt de intubatie voor, jij (anesthesioloog) bewaakt de luchtweg, en jij (kinderarts) houdt de ouders op de hoogte.”

Non-technical skills: Een verpleegkundige ziet dat de beademingsballon niet goed afsluit en benoemt dit direct: “Er lekt lucht.” Het team corrigeert meteen.

Debriefing: Na stabilisatie bespreekt het team kort wat goed ging (duidelijke taakverdeling) en wat beter kan (te weinig oogcontact met ouders).

2. Kinderafdeling – Observatie en verder onderzoek

Situatie: Een 8-jarig meisje met ernstige dehydratie door gastro-enteritis wordt opgenomen. Ze is suf, tachycard en heeft een lage bloeddruk.

CRM in de praktijk:

Briefing: De kinderarts bespreekt met het team: “Ons doel is snelle vochttoediening en observatie. Jij (co-assistent) regelt lab, jij (verpleegkundige) start infuus en monitor vitale functies. Ik communiceer met ouders en stel behandelplan op.”

Bewustzijn teamsituatie: De verpleegkundige merkt dat de ouders in paniek zijn en daardoor de zorg voor het kind enigszins belemmeren. Dit wordt benoemd en opgelost door een pedagogisch medewerker in te schakelen.

Debriefing: Tijdens de overdracht wordt besproken hoe belangrijk het was dat de stress van ouders tijdig werd gesignaleerd.

3. Recovery – Na een operatieve ingreep

Situatie: Een 5-jarig kind wordt wakker op de recovery na een spoedappendectomie. Het kind is onrustig, huilt en trekt aan het infuus.

CRM in de praktijk:

Briefing: De recovery-verpleegkundige bespreekt met de anesthesioloog: “Kind van 5 jaar, appendectomie, pijnscore onbekend, ouders nog niet aanwezig. Prioriteit: pijnstilling en geruststelling.”

Elkaar aanspreken: De verpleegkundige merkt dat het kind onrustig blijft ondanks pijnstilling en zegt tegen de anesthesioloog: “Ik maak me zorgen, wil je direct meekijken?”

Blame-free omgeving: Na afloop wordt in het team besproken dat het eerder betrekken van de ouders mogelijk de onrust had kunnen verminderen. Deze feedback wordt open en zonder verwijt gedeeld.

4. IC – In afwachting van overplaatsing naar een PICU

Situatie: Een 2-jarig kind met ernstige sepsis ligt geïntubeerd en beademd op de IC voor volwassenen. Het team is bezig met stabilisatie terwijl een MICU-transportteam onderweg is om de overplaatsing naar een Pediatrische Intensive Care Unit (PICU) te doen.

CRM in de praktijk:

Teamleider aanwijzen: De intensivist wijst een IC-verpleegkundige aan als coördinator voor de voorbereidingen op transport. Taken worden verdeeld: medicatiepompen nalopen, beademingsinstellingen documenteren, familie informeren.

Non-technical skills: Tijdens de voorbereiding op transport merkt de IC-verpleegkundige dat meerdere teamleden tegelijk bezig zijn met verschillende taken (medicatiepompen nalopen, beademingsinstellingen controleren, intubatiemateriaal klaarleggen). Het overzicht dreigt verloren te gaan.

De verpleegkundige zegt:
“Stop even, laten we een korte check doen: wat is al klaar, wat moet nog? Ik noteer mee.”

Hiermee toont de verpleegkundige situational awareness en grijpt ze in met duidelijke communicatie om het team overzicht en rust te geven. Dit voorkomt fouten en dubbel werk en bevordert samenwerking.

Debriefing: Na vertrek van het transportteam reflecteert het IC-team kort: er was goede samenwerking, maar de checklist voor transport had eerder gebruikt kunnen worden.

Om menselijke en omgevingsfactoren te optimaliseren is het van belang dat:

  • De zorgverlener de juiste kennis, vaardigheden en attitude bezit ten aanzien van veilig werken en leren.
  • De zorgverlener een teamspeler is.
  • De zorgverlener zich bewust is van zijn rol, taken en verantwoordelijkheden en deze weet te vertalen naar zijn handelen.
  • De zorgverlener een effectieve communicatie onderhoudt met collega-professionals, kind en vertegenwoordigers van het kind.