SCEGS-model

Het SCEGS-model

Het SCEGS-model is een interprofessioneel model dat de mogelijkheid biedt om zicht te krijgen op het welbevinden van je cliënt in verschillende dimensies.

Psychosociaal interview op basis van SCEGS:

  • Somatisch (=Biological): vraag naar/observeer: hoe de cliënt zich voelt, hoe de symptomen of niet-pluis-signalen (PAT/ABCDE-check) van de ziekte ervaren of beleefd worden. Van welk symptoom of signaal heeft de cliënt het meeste last? Bemerkt de zorgverlener stresssignalen bij de cliënt?
  • Cognitief (=Psychological): wat vertelt de cliënt over de situatie en wat verwacht hij?
    Let hierbij vooral op de inhoud van wat er gezegd wordt, de zuiver verbale boodschap.
    Het kan soms van belang zijn om de woorden van de cliënt letterlijk op te schrijven.
  • Emotioneel (=Psychological): vraag naar/observeer: welke emoties er optreden. Deze zijn ook op te maken uit non-verbaal gedrag, zoals de gezichtsuitdrukking en lichaamshouding. De cliënt kan bijvoorbeeld angstig, somber, boos of verdrietig worden vanwege zijn symptomen, maar ook onverwacht lacherig of opgewekt. Streef ernaar ook aan te geven waaruit (mimiek, presentatie) je opmaakt wat de cliënt voelt.
  • Gedragsmatig (=Psychological): vraag naar/observeer: wat de cliënt doet of juist vermijdt met betrekking tot de klachten en de emoties (BAT). Natuurlijk kun je dit ook door observatie tijdens (zorg)activiteiten merken. Probeer dan alleen eigen waarnemingen van gedrag zo objectief mogelijk weer te geven.
  • Sociaal systeem (=Social): vraag naar/observeer: op welke manier de ziekte het sociale systeem (contact met zorgverleners, andere cliënten, familie, enz.) beïnvloedt en omgekeerd.

Het SCEGS-model richt zich op verschillende dimensies van welbevinden, waaronder somatisch, cognitief, emotioneel, gedragsmatig en sociaal systeem. Hierdoor worden verschillende aspecten van het leven van de cliënt (=Health/Illness) in essentie in kaart gebracht.