Psychische aspecten

Psychische problemen komen voor bij 30 tot 50% van de personen met een verstandelijke handicap. Dit is minstens 2 tot 3 keer meer dan bij personen zonder deze beperking. Bij mensen met een verstandelijke handicap komt het vaak voor dat er grote verschillen zijn tussen verschillende ontwikkelingsniveaus, zeker tussen het niveau van de verstandelijke en de sociaal-emotionele ontwikkeling. De verstandelijke ontwikkeling bepaalt hoe iemand alles begrijpt, in welke mate hij kan leren en vaardigheden kan aanleren. De sociaal-emotionele ontwikkeling bepaalt wat iemand emotioneel aankan, hoe hij situaties beleeft en hiermee omgaat en hoe hij uiting geeft aan zijn emoties.

Psychische klachten zijn o.a. door deze verschillen in ontwikkeling en door beperkte communicatiemogelijkheden soms moeilijk te herkennen. Ook, en zelfs juist, bij ouderen is een grote diversiteit in problematiek zichtbaar. In de zorgorganisaties voor mensen met een verstandelijke beperking spelen zaken rondom normale en pathologische veroudering en veroudering van specifieke doelgroepen zoals de SGLVB (sterk gedragsgestoorde licht verstandelijk beperkt) en SVEVB (sterk gedragsgestoorde ernstig verstandelijk beperkt).

In de reguliere ouderenzorg, maar ook in de psychiatrie worden veel mensen met een verstandelijke beperking aangemeld die hun leven in de maatschappij hebben doorgebracht maar bij het ouder worden en vaak ook door het wegvallen van de steun uit de omgeving, problemen krijgen of psychische stoornissen ontwikkelen. Daarbij is de diversiteit in problematiek groot en kan uiteenlopen van depressie, psychoses, angststoornissen, dwangneuroses tot (impulsieve) suïcidaliteit. Omdat het voor deze mensen moeilijker is om de link te leggen tussen de problemen, de gevolgen daarvan voor het dagelijks leven en hun eigen rol daarin, stelt de behandeling andere eisen en kent andere uitdagingen.

Voor de omgeving roept het gedrag van deze mensen veel vragen op. Gedrag wordt als lastig en kinderlijk ervaren, en vaak niet goed begrepen. Ook als bekend is dat er een lager niveau van functioneren is, of als iemand te boek staat als zwakbegaafd, wil dit niet zeggen dat de omgeving weet wat dit concreet inhoudt of welk gedrag daarbij hoort en niet meteen als storend gedrag is, en wat een bijkomende psychiatrische stoornis is. De reguliere behandeling slaat niet aan, medicatie werkt soms anders, gevaar op machteloosheid en zorgmijding is aanwezig.

Diagnostiek

  • De SCIL screener voor intelligentie en licht verstandelijke beperking is geschikt om snel te screenen op een mogelijke licht verstandelijke beperking (LVB). Het gaat om een korte screeningslijst die in negen van de tien gevallen een LVB correct voorspelt. Een LVB is niet altijd direct zichtbaar, maar wel van grote invloed op het algemeen functioneren. Het gaat bij een LVB om een combinatie van een lager dan gemiddeld IQ (tussen de 50 en 85) en beperkingen in het gedrag die leiden tot problemen in het maatschappelijk functioneren. Met de SCIL is snel en eenvoudig vast te stellen of er mogelijk sprake is van een LVB.  De SCIl is niet genormeerd voor ouderen, maar kan bij ouderen wel  een indicatie geven voor verder onderzoek.
  • De Angst, Depressie En Stemming Schaal (ADESS) is de Nederlandse vertaling van de Anxiety, Depression And Mood Scale. De Anxiety, Depression And Mood Scale (ADAMS) is ontwikkeld in de Verenigde Staten met als doel het meten van depressie en angst bij volwassenen met een verstandelijke beperking.

Zie ook: Kennisplein Gehandicaptensector

Personen met een verstandelijke handicap hebben een verhoogd risico op psychische problemen (30 tot 50%) vergeleken met mensen zonder deze beperking. De ontwikkelingsniveaus, zowel verstandelijk als sociaal-emotioneel, kunnen sterk variëren, wat het herkennen van psychische klachten bemoeilijkt.

Ouderen met een verstandelijke beperking ervaren een reeks van problemen, inclusief normale en pathologische veroudering. Problemen treden ook op naarmate de omgevingssteun afneemt.

Behandeling en diagnostiek van deze groep kwetsbare ouderen vereisen speciale aandacht en begrip voor hun unieke behoeften en gedragskenmerken.