Klinische besluitvorming

Zoals in de vorige les werd aangegeven, is het van belang dat de zorgverlener behalve goede vakinhoudelijke kennis en kennis van het gebruik van methoden, ook competenties ontwikkelt op het gebied van klinische besluitvorming, waarbij beoordelingsvaardigheid, vindingrijkheid en besluitvaardigheid belangrijke elementen zijn.

De kunst is om al deze competenties te laten samenkomen.

Clinical Reasoning framework (Bron: Levett-Jones, 2017; Elsevier)

De volgende denkvaardigheden vormen hiervoor de basis:

  • Patroonherkenning: het proces van herkenning en indeling van gegevens (patronen) op basis van kennis en ervaringen. Heb ik dit eerder gezien? Hoe heb ik dat toen aangepakt?
  • Hypothesestelling: het toepassen van een (evidence based) methodiek door uit te gaan van de hoofdklacht, mogelijke verklaringen daarvoor te genereren (hypotheses), informatie te verzamelen en te combineren en uiteindelijk een of meer hypotheses aan te nemen of te verwerpen.
  • Waarschijnlijkheidsbeoordeling: de hypotheses beoordelen op basis van de verkregen informatie uit anamnese en (lichamelijk) onderzoek.
  • Differentiële diagnostiek: een lijst van mogelijke oorzaken voor de situatie van de patiënt op volgorde van waarschijnlijkheid, die daarna wordt verfijnd en veranderd naarmate meer informatie wordt verkregen.