B – Mechanische beademing en basisprincipes
Het gebruik van beademingsmachines/ventilatoren buiten de operatiekamers is, zowel in Nederland als in buitenlandse centra, enorm toegenomen. De betekenis van mechanische beademing voor de geneeskunde staat tegenwoordig niet meer ter discussie. Beademing neemt een belangrijke plaats in bij de behandeling van alle kritisch zieke patiënten.
Kennis van de respiratoire ziektebeelden en onderliggende pathologische mechanismen is de laatste decennia fors toegenomen. Dit heeft geleid tot een explosieve groei van therapeutische mogelijkheden op het gebied van mechanische beademing. Beademing wordt bijvoorbeeld toegepast als ondersteunende therapie bij shock, sepsis, hartfalen, ernstige convulsies, astma/COPD en postoperatieve behandeling.

Doelstellingen mechanische beademing:
- Reduceren van de ademarbeid en daarmee het herstel van een adequate ventilatie.
- Herstel van FRC en regulatie van de FiO2 en daarmee handhaven van de oxygenatie.
- Re-conditioneren en daarmee herstel van de ademspieren zonder dat atrofie ontstaat.
- Voorkomen c.q. zoveel mogelijk beperken van nadelige bijwerkingen van beademing.
Het basisprincipe van elke beademingsmachine/ventilator is dat met een zekere regelmaat (frequentie) een bepaald volume van een gasmengsel (teugvolume, tidal volume, Vt) in de longen wordt geblazen met als doel om een patiënt te oxygeneren en te ventileren. Het inblazen van dit volume gebeurt met een positieve druk, waardoor de druk in de luchtwegen en de longen zal stijgen.
Bij longventilatie onderscheiden we de volgende volumina:
- Het tidal volume of teugvolume, uitgedrukt in ml/slag of ml/kg (ideaal lichaamsgewicht), is de hoeveelheid gas/lucht die een patiënt per ademcyclus toegediend krijgt door de beademingsmachine.
- Met de slagfrequentie (f/minuut), wordt het aantal beademingscycli per minuut, bestaande uit een in- en expiratie, bepaald.
- Het ademminuutvolume (AMV) is de slagfrequentie x het tidal volume. Bedenk dat het AMV niet synoniem is voor de alveolaire ventilatie. Die wordt bepaald door de slagfrequentie x (Vt – DR).
Een beademingsmachine bestaat tenminste uit 3 delen:
- Een scherm of user interface
- Een body (systeem van gekoppelde onderdelen voor energie input en omzetting) met daarin een gasmixer
- Een ventilator circuit bestaande uit flexibele slangen met kleppen en sensoren om het gasmengsel (energie output) aan de patiënt af te leveren.
Mechanische beademing wordt gekenmerkt door 3 basiseigenschappen:
- Target: Het ingestelde doel. Deze parameter wordt bepaald door de ventilator. Gebruikelijke targets zijn volume en druk (volume- en drukgecontroleerden beademing). Daarnaast zijn diverse beademingsmachines uitgerust met een combinatie van beide modi (dual mode).
- Time: De duur van de inademing. Dit betreft de hoeveelheid tijd die nodig is voor de inspiratie door de machine voordat hij stopt en de patiënt kan uitademen. Het stoppen van een mechanische inspiratie heet cycling (sturing). Er bestaan 2 soorten cycling: machine cycling en patient cycling.
- Trigger: De trigger zorgt ervoor dat de machine begint met de inspiratie. De meest voorkomende triggers zijn: machine triggering en patient triggering (flow en druk triggering)
Doelstellingen van beademing zijn:
- Reduceren van de ademarbeid en daarmee het herstel van een adequate ventilatie.
- Herstel van FRC en regulatie van de FiO2 en daarmee handhaven van de oxygenatie.
- Re-conditioneren en daarmee herstel van de ademspieren zonder dat atrofie ontstaat.
- Voorkomen c.q. zoveel mogelijk beperken van nadelige bijwerkingen van beademing.
3 Basiseigenschappen van mechanische beademing zijn:
- Target: volume en druk (volume- en drukgecontroleerden beademing) of een combinatie van beide (dual mode)
- Time: de duur van de inademing zodat deze stopt en de patiënt kan uitademen. Het stoppen van een mechanische inspiratie heet cycling (sturing). Er bestaan 2 soorten cycling: machine cycling en patient cycling.
- Trigger: die ervoor zorgt dat de machine begint met de inspiratie. De meest voorkomende triggers zijn: machine triggering en patient triggering (flow en druk triggering)
