DEEL 1 - ONTWIKKELING VAN HET KIND
DEEL 2 - OPVANG VAN HET VITAAL BEDREIGDE KIND
DEEL 3 – (ACUTE) PATHOLOGIE BIJ KINDEREN
DEEL 4 - TRAUMA BIJ KINDEREN

Triage

Triage is het dynamische proces van bepaling van urgentie en vervolgactie. Triage wordt op de meeste SEH-afdelingen ingevuld door SEH-verpleegkundigen. Zij dienen hiervoor een specifieke scholing te hebben gevolgd. De triage-verpleegkundige schat de urgentie in van een gepresenteerde klacht en bepaalt vervolgens welke arts binnen welke tijd de patiënt verder dient te beoordelen.

Triage is een dynamisch proces. Dat betekent dat de vastgestelde urgentie van een situatie slechts geldt voor dat ene specifieke moment. Aangezien de conditie van een patiënt snel kan veranderen, is het nodig om, als de patiënt niet meteen verder geholpen wordt, na enige tijd her-triage uit te voeren.

In Nederlandse ziekenhuizen worden verschillende triagesystemen gehanteerd, namelijk:

  • Manchester Triage System (MTS), het meest gebruikte systeem in de ziekenhuizen
  • Nederlandse Triage Standaard (NTS), wordt zowel in de eerste als de tweede lijn gebruikt
  • Emergency Severity Index (ESI, ook wel Boston-model genaamd), wordt in sommige ziekenhuizen gebruikt

Ten aanzien van gepresenteerde kinderen leert de ervaring dat triagisten in veel gevallen een hogere urgentie (de zgn. “overtriage”) toekennen. Redenen hiervoor zijn dat:

  • Kinderen van jonge leeftijd tot een bepaalde risicogroep horen, bijv. omdat hun conditie plotseling snel kan verslechteren
  • Kinderen een andere pijnbeleving hebben dan volwassenen en vaak angstig zijn
  • Ouders meestal niet ten onrechte hun ongerustheid over de situatie uitspreken.

Echter, soms vindt ook onder-triage plaats. In dat geval geldt dat een anamnese vaak nogal onduidelijk of onsamenhangend is/blijft door moeilijke communicatie, en dat subtiele afwijkingen niet gezien of herkend worden.

Rode vlaggen in de kindertriage

Airway  Apneu, verstikking, kwijlen, hoorbare adem/luchtweg geluiden, positie innemend om adem te halen
BreathingKreunen, intrekken sternum, verhoogde ademarbeid, onregelmatig ademhalingspatroon, ademhaling van >60 of >20 per minuut, bij kinderen jonger dan 6 jaar, afwezige ademgeluiden en cyanose
Circulation  Koude of klamme huid, tachycardie, bradycardie, hartfrequentie >200/min, hartfrequentie <60/min, hypotensie, verminderde of afwezige perifere pulsaties, geen tranen en ingevallen ogen
Disability  Veranderd bewustzijnsniveau, ontroostbaar en ingevallen of bomberende fontanel
ExposurePetechiën, purpura, verschijnselen van mishandeling
Full set of vital signsHypothermie, koorts bij een kind jonger dan 3 maanden (>38°C), temperatuur tussen 40°C en 40,6°C op elke leeftijd
Give comfortErnstige pijn
History  Voorgeschiedenis van chronische ziekte of familiaire problemen en 2e bezoek aan SEH binnen 24 uur
Beïnvloedende factoren/aspecten met betrekking tot urgentie
  1. Fysieke en psychosociale aspecten:
    • Ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt
    • Communicatie van het kind
    • Letsel/ziekte passend bij een leeftijdsfase
    • Compensatiemechanismen
    • Verdenking mogelijkheid van snelle achteruitgang
  2. Voorgeschiedenis a.d.h.v. C.I.A.M.P.E.D.S.
  3. En verder:
    • Wijze van transport
    • Risicofactoren voor mishandeling
    • Ontbreken van eerstelijnszorg
  • Triage is een dynamisch proces van bepaling van urgentie en vervolgactie. De situatie van de patiënt kan snel veranderen en daardoor kan ook de urgentie anders worden.
    • Triagisten geven vaak een hogere urgentie aan kinderen, omdat:
      Kinderen behoren tot een bepaalde risicogroep
    • Kinderen anders reageren op pijn en angstig zijn
    • De ongerustheid van ouders zwaar meeweegt
  • Beïnvloedende factoren zijn:
    • Fysieke en psychosociale aspecten, gerelateerd aan de leeftijds- en ontwikkelingsfase
    • De (medische) voorgeschiedenis
    • Risicofactoren