Fysieke aspecten
Mensen met een psychogeriatrische aandoening, zoals dementie of de ziekte van Parkinson, hebben vaak ook lichamelijke beperkingen. Hun lichaam wordt sneller kwetsbaar. Veel voorkomende problemen zijn:
- slechter horen
- slechter zien
- schildklierproblemen
- maag- en darmklachten
- huidproblemen
- gebitsproblemen
Daarnaast komen chronische ziekten vaak samen voor, zoals:
- diabetes
- hart- en vaatziekten
- artrose
- osteoporose
- dementie
- de ziekte van Parkinson
Eén ziekte kan de kans op een andere ziekte vergroten. Dat maakt deze doelgroep extra kwetsbaar.
Gevolgen voor psychische gezondheid
Lichamelijke klachten hebben vaak invloed op psychische klachten die al aanwezig zijn.
Hierdoor kunnen angst, depressie, prikkelbaarheid of somberheid toenemen.
Omdat lichamelijke klachten en psychische klachten elkaar kunnen versterken, is het soms lastig te bepalen waar de achteruitgang precies door komt.
Veelvoorkomende klachten en signalen

Ouderen met psychogeriatrische problemen ervaren vaak:
- pijn in rug, nek of gewrichten
- duizeligheid
- vermoeidheid
- kortademigheid
- slecht zien
- slecht horen
Onbegrepen achteruitgang kan onder andere veroorzaakt worden door:
- een lichamelijke ziekte (bijv. infectie, uitdroging, pijn)
- een hersenziekte (bijv. dementie of depressie)
- bijwerkingen van medicatie
- onderbelasting of overprikkeling
- sociale of emotionele problemen
Achteruitgang in functioneren: ADL en IADL
Bij veroudering zie je vaak dat IADL-taken (bijv. koken, huishouden, administratie) eerst achteruitgaan.
Daarna volgen de ADL-taken (wassen, aankleden, toiletgang).
Als iemand minder goed functioneert, is er vaak meer dan één oorzaak. Daarom is het niet genoeg om alleen naar ADL en IADL te kijken. Meerdere ziekten en beperkingen tegelijk kunnen ervoor zorgen dat iemand minder zelfstandig is.
De restcapaciteit — wat iemand nog zelf kan ondanks beperkingen — wordt kleiner naarmate iemand kwetsbaarder wordt. Hierdoor neemt het risico op afhankelijkheid en achteruitgang toe.
Verantwoordelijkheden per functieniveau
Verzorgende IG (niveau 3)
Jij bent verantwoordelijk voor:
- signaleren van lichamelijke en psychische veranderingen
- ondersteunen bij ADL (wassen, aankleden, eten/drinken, mobiliteit)
- observeren van klachten zoals pijn, duizeligheid of verandering in gedrag
- veiligheid bewaken, zoals valrisico en verminderde mobiliteit
- tijdig rapporteren van onbegrepen achteruitgang of niet-pluis-signalen
- uitvoeren van interventies volgens het zorgplan
- helpen bij structuur, rust en dagelijkse routine
- ondersteunen bij gehoor- en zichtproblemen (hulpmiddelen aanbieden, oriëntatie bieden)
Kort: jij signaleert, ondersteunt en rapporteert, en je zorgt voor stabiliteit in de dagelijkse zorg.
Verpleegkundige MBO (niveau 4)
Jij hebt een bredere en complexere rol:
- analyseren van achteruitgang: is het lichamelijk, psychisch, cognitief of medicatiegerelateerd?
- bepalen welke interventies nodig zijn en wat het prioriteit heeft
- bijstellen van het verpleegkundig zorgplan
- multidisciplinair samenwerken (arts, psycholoog, fysio, ergotherapeut)
- monitoren van polyfarmacie en bijwerkingen
- begeleiden van VIG’ers in observaties en rapportages
- inschatten van risico’s zoals vallen, uitdroging, ondervoeding of delier
- ondersteunen bij complexe beslissingen en emotionele situaties
- trends herkennen over langere tijd
Kort: jij zorgt voor de klinische analyse, neemt verpleegkundige beslissingen en stuurt het zorgproces aan.
Preventie
Normale veroudering kan worden beschreven als een tijdafhankelijk biologisch proces dat, hoewel het niet een ziekte op zichzelf betreft, functionele achteruitgang en risico op ziekte en overlijden met zich meebrengt.
